strooptocht
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een tocht die ondernomen wordt om een streek leeg te rovenUit het gescheurde karton kwamen drie kleinere pakjes tevoorschijn. Het eerste herkende Robbie meteen aan de vorm van het vloeipapier, waarmee het was omwikkeld. Het was de zilveren heupflacon die Breukhout tijdens hun strooptochten bij herhaling uit zijn binnenzak viste om een slok whisky te nemen. {{Aut |Lau, ThéZodra de Duitsers arriveerden, verliet de moeder van oom Arnold van Heek met een koffertje 's nachts het huis. Vanuit de Hooge Boekel werden de strooptochten van de SD in Enschede en omstreken georganiseerd. Het was de verzamelplek van alle spullen die de Duitsers in de wijde omgeving bij elkaar roofden. {{Aut|Scholten, JaapLater werd er nog een verdachte aangehouden die drie jassen van een rek bij een kledingwinkel had gestolen. Een agent spotte de dief en greep direct in. Daarnaast werden er nog twee verdachten aangehouden voor diefstal. Zij werden na een strooptocht van bijna een uur met diverse kledingstukken uit verschillende winkels gepakt. Alle verdachten zijn naar het arrestantencomplex in Borne overgebracht.Tubantia 20-OKTOBER-17
- tocht die ondernomen wordt om dingen te vinden die men wil hebbenDe strooptocht van de fotograaf om het leven te vangen in dat ene ‘beslissende moment’, het motto van Cartier-Bresson, is niet bij iedereen een streefdoel.de Standaard 24 JUNI 2017
Vertalingen
Engelsraid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek