struikelen

/ˈstrœykələ(n)/

Wat is de betekenis van struikelen?

struikelen betekent: (erga) het evenwicht verliezen doordat men met de voet verstrikt raakt

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) het evenwicht verliezen doordat men met de voet verstrikt raakt

Voorbeelden van "struikelen" in een zin

  • Er stak een stuk wortelstok uit de grond en hij struikelde daarover.
  • Ik werd in alle vroegte gewekt door iemand die over mijn scheerlijn struikelde en brommend verder liep.

Etymologie

*(freqtt) struiken

Uitdrukkingen

  • over de eigen voeten struikelen
  • het beste paard struikelt wel eens

Vertalingen

Engelstrip, stumble
Franstrébucher
Duitsstolpern, straucheln
Spaanstropezar
Deenssnuble