struis
mannelijk/vrouwelijk (de)/strœys/
Wat is de betekenis van struis?
struis betekent: (loopvogels) struisvogel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (loopvogels) struisvogel
Etymologie
* in de betekenis van ‘kloek’ voor het eerst aangetroffen in 1836
Vertalingen
Engelsostrich, firm, robust
Spaansavestruz, resistente, robusto
Russischстраус, крепкий
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek