struisvogelpolitiek
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) handelwijze waarbij men het gevaar niet onder ogen wil zien. De uitdrukking berust op het onterechte geloof dat struisvogels hun kop in het zand steken als ze zich bedreigd voelen
Etymologie
* In de betekenis van ‘handeling die de ogen sluit voor het gevaar’ voor het eerst aangetroffen in 1916
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek