studententijd
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijdsperiode dat men student isMark Rutte heeft een studententijd gehad van 7 jaar.Hij was 45 jaar en had, net als ik, tijdelijk zijn vrouw en drie tieners achtergelaten om de PCT te lopen, waar hij al sinds zijn studententijd over had gedroomd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek