studio

mannelijk (de)/ˈstydiˌjo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werkplaats van een beeldend kunstenaar
    Hij was blij met zijn nieuwe studio.
  2. plaats waar geluidsopnamen, films of televisie- of radioprogramma's gemaakt worden
  3. een eenkamerappartement
    Zelfs een eenvoudige studio is in deze stad nauwelijks te betalen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘atelier’ voor het eerst aangetroffen in 1886

Vertalingen

Engelsstudio, studio, studio
DuitsStudio, Studio
Spaansestudio, estudio, estudio