stuifsel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gemalen graan
  2. stof dat kan opwaaien
  3. stuifmeel
    Het zat op zijn rug met de vlerkjes vast en roerde zijn lijfje nog en had een kringetje stuifsel om zich gemaakt.

Etymologie

*afleiding van (nomact) van stuiven