stuur

onzijdig (het)/styr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hulpmiddel waarmee een bestuurder richting kan geven aan een voertuig
    De politie vond bloedsporen op het stuur van de auto.
    Ze fietste met één hand aan het stuur en duwde met haar andere hand Arnold.
    Met beide handen stevig om het stuur geklemd trotseerde de chauffeur de rukwinden en de afwisselende regen-, sneeuw- en hagelvlagen, en stuurde de auto veilig over de Sint-Pietersweg richting Battenoord.

Vertalingen

Engelswheel, steering-wheel
Fransvolant
DuitsSteuer
Spaansvolante
Italiaansvolante
Zweedsstyre