succes
onzijdig (het)/sykˈsɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gewenste resultaat van een opzetWikipedia is een doorslaand succes geworden.Tijdens mijn studietijd was ik wel eens een lang weekend in mijn eentje naar Schiermonnikoog geweest, maar dat was geen onverdeeld succes geweest.
tussenwerpsel
- wens om uit te drukken dat je hoopt dat de aangesprokene zijn doel gaat bereikenIk ga nu weg, want ik heb zo een proefwerk.Ja, dan moet je nu wel gaan. Succes! Ik zie je vanavond weer.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘welslagen’ voor het eerst aangetroffen in 1690
Uitdrukkingen
- succes boeken
Vertalingen
Engelssuccess
Franssuccès
DuitsErfolg
Spaanséxito
Italiaanssuccesso, riuscita
Russischуспех
Poolssukces, powodzenie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek