sufheid

vrouwelijk (de)/ˈsʏfhɛit/

Wat is de betekenis van sufheid?

sufheid betekent: door uitputting of aandoening minder alert zijn, slaperigheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. door uitputting of aandoening minder alert zijn, slaperigheid
  2. sloomheid, traagheid van begrip en handelen
  3. eentonigheid, saaiheid

Etymologie

*afgeleid van suf