suikerbiet

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsœykərˌbit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, voeding (landbouw) (voeding) bepaalde ondersoort van de biet (subsp. vulgaris var. altissima) waaruit bietsuiker gewonnen wordt
    Vroeger werd er met St. Maarten wel met lampionnen van suikerbiet gelopen.

Vertalingen

Engelssugar beet
Fransbetterave sucrière
DuitsZuckerrübe
Spaansremolacha azucarera
Italiaansbarbabietola