sul
mannelijk (de)/sʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) een wat dommig, traag persoonWat een sul is dat toch.
- (informeel) iemand die goedgelovig en daardoor wat naïef is, of die alles maar goedvindt en tolereert
werkwoord
- (gereedschap) bepaald soort bijl met een gebogen, breder wordend blad dat haaks op de steel is vastgemaakt
Etymologie
*[B] van Middelnederlands """
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek