sul

mannelijk (de)/sʏl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) een wat dommig, traag persoon
    Wat een sul is dat toch.
  2. informeel (informeel) iemand die goedgelovig en daardoor wat naïef is, of die alles maar goedvindt en tolereert
werkwoord
  1. gereedschap (gereedschap) bepaald soort bijl met een gebogen, breder wordend blad dat haaks op de steel is vastgemaakt

Etymologie

*[B] van Middelnederlands """