summa
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de (optel)som van iets; alle te samen genomen
- een groot alles omvattend werk
Etymologie
* uit het Latijn
Uitdrukkingen
- summa cum laude — van een examen dat men dit in zijn geheel zeer goed heeft afgelegd
Vertalingen
Engelssum, amount
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek