summa

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de (optel)som van iets; alle te samen genomen
  2. een groot alles omvattend werk

Etymologie

* uit het Latijn

Uitdrukkingen

  • summa cum laudevan een examen dat men dit in zijn geheel zeer goed heeft afgelegd

Vertalingen

Engelssum, amount