sumo

onzijdig (het)/ˈsumo/

Wat is de betekenis van sumo?

sumo betekent: (sport) traditionele vorm van worstelen uit Japan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) traditionele vorm van worstelen uit Japan
zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) beoefenaar van het traditionele worstelen in Japan

Voorbeelden van "sumo" in een zin

  • Het zijn met name de jongeren die de interesse in het door mythen en religieuze pretenties omgeven sumo verloren hebben.
  • Hij schenkt zijn lezers wat zij blijkbaar bij voorkeur verlangen: zeer veel sport, in het bijzonder sumo en baseball.
  • Aangezien de ring op een verhoogje van klei gebouwd is, en er geen touwen zijn, vliegt er regelmatig wel eens een sumo het publiek in.
  • Duidelijk onder de indruk van de Japanse worstelkunst merkte Clinton later in gesprek met de Britse premier John Major op dat een van de sumo's meer dan 226 kilo woog.

Etymologie

*van 相撲 (sumō) "Sumo-worstelaars" worden al genoemd in een krantenartikel uit 1905 [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011034679:mpeg21:p002 "Het circus Fitz Gerald Bro's" in: Bataviaasch Nieuwsblad jrg. 20 nr. 172 (26 juni 1905)]; p. 2 kol. 2; geraadpleegd 2019-01-10, en "Sumo" als naam voor de sport in een artikel uit 1913 [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011036556:mpeg21:p002 "De Feestelijkheden te Bandoeng" in: Bataviaasch Nieuwsblad jrg. 28 nr. 294 (22 november 1913)]; p. 2 kol. 1; geraadpleegd 2019-01-10. Een artikel in 1941 gebruikt "Sumo" als woord voor een Japanse worstelaar [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011121711:mpeg21:a0196 "Japansch gastmaal besproeid met sake" in: Soerabaijasch Handelsblad jrg. 89 nr. 205 (3 september 1941)]; p. 11 kol. 3; geraadpleegd 2019-01-10. Vanaf 1954 (zie vindplaats hieronder) wordt als naam voor de sport aangetroffen zonder dat het als vreemd woord gemarkeerd is.