supergeleider

mannelijk (de)/ˈsypərɣəˌlɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) stof die supergeleiding vertoont en dus een ohmse weerstand van nul heeft

Etymologie

*afgeleid van geleider , om aan te geven dat het om een toestand gaat boven die van normale stroomgeleiding