supermarkt

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsypərˌmɑrᵊkt/

Wat is de betekenis van supermarkt?

supermarkt betekent: (handel) een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht

Voorbeelden van "supermarkt" in een zin

  • Hij heeft het iedere dag van zijn leven gehoord, het is een paar keer van frequentie veranderd als er een nieuw koelsysteem geïnstalleerd werd of een nieuwe vitrine werd aangeschaft - en soms, in een supermarkt of een andere verswinkel, brengt de frequentie van het gezoem hem terug naar een andere periode in zijn leven.
  • Owens speelde in de jaren 80 schoonzoon Elvin in de hitserie. Alhoewel hij in de jaren daarna geregeld kleine gastrolletjes had in televisieseries, bleef het grote werk uit voor de inmiddels 57-jarige. Hij ging daardoor werken buiten de entertainmentindustrie, en werd afgelopen week door een klant gefotografeerd in de supermarkt waar hij een baan heeft. De foto kwam online te staan, waar veel mensen honend reageerden. Tubantia 03-09-18 [https://www.tubantia.nl/show/cosby-show-acteur-uitgelachen-om-supermarktbaantje~aba0407d/ Cosby Show-acteur uitgelachen om supermarktbaantje]
  • Toch had ik haar hele lijst integraal ingekocht in een gigantische supermarkt in San Diego, genoeg voor de eerste zeven weken.

Betekenis en uitleg van supermarkt

Een supermarkt is een grote winkel waar je allerlei dagelijkse boodschappen kunt doen, van voedsel tot huishoudelijke artikelen. Het is een handige plek om alles onder één dak te vinden, vaak met zelfbediening.

Het woord 'supermarkt' gebruik je wanneer je het hebt over een winkel waar veel verschillende producten te koop zijn, meestal tegen concurrerende prijzen. Supermarkten zijn essentieel in het dagelijks leven, omdat ze de consument gemak en keuze bieden. Ze zijn vaak te vinden in woonwijken en zijn een populaire bestemming voor zowel boodschappen als spontane aankopen.

Voorbeelden

  • Na een lange werkdag besloot ik snel naar de supermarkt te gaan om iets voor het avondeten te halen.
  • In de supermarkt zag ik een speciale aanbieding voor verse groenten en besloot ik mijn wekelijkse boodschappen daar te doen.
  • Tijdens de vakantie is het altijd gezellig om met vrienden naar de supermarkt te gaan en samen een barbecue te plannen.

Woordoorsprong

Het woord 'supermarkt' is samengesteld uit 'super', wat 'boven' of 'uitstekend' betekent, en 'markt', wat verwijst naar een plaats waar goederen worden verhandeld. De term is ontstaan in de 20e eeuw toen winkels groter en veelzijdiger werden.

Veelgestelde vragen over supermarkt

Wat is de betekenis van supermarkt?

supermarkt betekent: (handel) een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht

Welk woordgeslacht heeft supermarkt?

supermarkt is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je supermarkt in een zin?

Voorbeeld: “Hij heeft het iedere dag van zijn leven gehoord, het is een paar keer van frequentie veranderd als er een nieuw koelsysteem geïnstalleerd werd of een nieuwe vitrine werd aangeschaft - en soms, in een supermarkt of een andere verswinkel, brengt de frequentie van het gezoem hem terug naar een andere periode in zijn leven.

Etymologie

*leenvertaling van "supermarket", (intensiverende) afleiding van "markt" , in de betekenis van ‘winkel met zelfbediening’ voor het eerst aangetroffen in 1948

Vertalingen

Engelssupermarket
Franssupermarché
DuitsSupermarkt
Spaanssupermercado
Italiaanssupermercato
Portugeessupermercado
Russischсупермаркет, универмаг
Turkssüpermarket
Poolssupermarket
Zweedsstormarknad
Deenssupermarket