superrijk
onzijdig (het)/ˈsypəˌrɛik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) taxonomische groep binnen een domein die meerdere rijken omvatOok berekende Forgacs dat een blaasje, na een aantal delingen – bij de zeester na 64 delingen –, zal gaan inklappen, of liever, een naar binnen groeiende opening krijgt op zijn zwakste punt. Deze kan het begin zijn van de vorming van een verteringskanaal. Zo’n kanaal is een van de belangrijkste eigenschappen van embryo’s van de zogeheten ‘kopstaartdiertjes’ – wetenschappelijk: het superrijk Bilateria –, waartoe insect, slang, vis, paard, aap of mens, en heel veel andere dieren behoren.
Etymologie
#in het bezit van uitzonderlijk veel geld en andere eigendommen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek