superstructuur

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bovenste gedeelte van een structuur; de bovenbouw
    Hij merkte op dat een dunne antenne, helemaal aan de top van de superstructuur, onderaan afbrak en omlaag tuimelde.
  2. begrip dat andere begrippen samenvoegt tot één geheel
    Wat vooral opvalt bij de ontwerpers van de 'klassieke cultuurgeschiedenis' is hoe deze pioniers bezig waren met het zoeken naar een superstructuur waarin materiële condities zich tonen.
  3. overkoepelende organisatie

Etymologie

* Afgeleid van structuur