surfen

/ˈsʏrfə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, sport (inerg) (sport) door de golfenergie voortbewogen worden, bijvoorbeeld op surfplanken of met boten, golfsurfen
    Er wordt daar vaak gesurft als er grote golven zijn.
    De staat heeft alles: perfect warm weer, zee om te surfen, bergen om te skiën, wijnvelden en prachtige trails door de ongerepte natuur.
  2. inerg, informatica (inerg) (informatica) zich op het internet begeven

Etymologie

* van "surf"

Vertalingen

Spaansnavegar