surfen
/ˈsʏrfə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (sport) door de golfenergie voortbewogen worden, bijvoorbeeld op surfplanken of met boten, golfsurfenEr wordt daar vaak gesurft als er grote golven zijn.De staat heeft alles: perfect warm weer, zee om te surfen, bergen om te skiën, wijnvelden en prachtige trails door de ongerepte natuur.
- (inerg) (informatica) zich op het internet begeven
Etymologie
* van "surf"
Vertalingen
Spaansnavegar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek