surveilleren
/ˌsʏrvɛ'jerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) toezicht houdenIk moest surveilleren bij het eindexamen.
Etymologie
*afgeleid van het Franse surveiller ()
Vertalingen
Engelssupervise, proctor
Franssurveiller
Duitsbeaufsichtigen
Spaansvigilar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek