synagoge

vrouwelijk (de)/ˌsinaˈɣoɣə/

Wat is de betekenis van synagoge?

synagoge betekent: (religie) gebedshuis, gebouw voor joodse godsdienstige bijeenkomst

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) gebedshuis, gebouw voor joodse godsdienstige bijeenkomst
  2. religie (religie) joodse gemeente

Voorbeelden van "synagoge" in een zin

  • Van protestants tot katholiek, pinkstergemeenschappen, synagogen en oecumenische vieringen.

Betekenis en uitleg van synagoge

Een synagoge is een plaats waar joden samenkomen om te bidden, leren en gemeenschapsactiviteiten te ondernemen. Het is een belangrijk centrum voor joodse religieuze en culturele activiteiten, vaak met een rijke geschiedenis en architectuur.

Het woord 'synagoge' wordt gebruikt in de context van het joodse geloof en verwijst niet alleen naar een gebedshuis, maar ook naar een plek van studie en ontmoeting. In synagogen vinden vaak diensten plaats op sjabbat en tijdens joodse feestdagen. Het gebruik van het woord kan ook een gevoel van saamhorigheid en identiteit met zich meebrengen binnen de joodse gemeenschap.

Voorbeelden

  • Na de dienst in de synagoge gingen de leden van de gemeenschap samen lunchen.
  • Tijdens het joodse nieuwjaar worden synagogen vaak prachtig versierd.
  • In de synagoge leerden de kinderen over hun tradities en geschiedenis.

Woordoorsprong

Het woord 'synagoge' komt van het Griekse 'synagōgē', wat 'samenkomst' of 'bijeenkomst' betekent.

Veelgestelde vragen over synagoge

Wat is de betekenis van synagoge?

synagoge betekent: (religie) gebedshuis, gebouw voor joodse godsdienstige bijeenkomst

Hoeveel betekenissen heeft synagoge?

synagoge heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft synagoge?

synagoge is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van synagoge?

Synoniemen van synagoge zijn: synagoog, sjoel.

Hoe gebruik je synagoge in een zin?

Voorbeeld: “Van protestants tot katholiek, pinkstergemeenschappen, synagogen en oecumenische vieringen.

Etymologie

*via Middelnederlands "synagoge" en Latijn "synagoga" van "συναγωγή" (sunagoogè) "samenkomst, vergadering", van "συν" (sun) "bijeen" en "ἄγω" (agoo) "brengen, voeren", op te vatten als leenvertaling van (knesset) "samenkomst, vergadering, synagoge"; in de betekenis van ‘Israëlitisch bedehuis’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelssynagogue, synagog
Franssynagogue
DuitsSynagoge
Spaanssinagoga
Italiaanssinagoga
Portugeessinagoga
Russischcинагога
Chinees犹太教堂
Japansシナゴーグ
Turkssinagog
Poolssynagoga
Zweedssynagoga
Deenssynagoge