syntaxis

vrouwelijk (de)/sɪnˈtɑksəs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) de wetenschap die de zinsbouw in talen bestudeert
    Veel mensen verwarren de woorden syntaxis en grammatica.
  2. taalkunde (taalkunde) de regels die in een taal de zinsbouw sturen
    De syntaxissen van het Nederlands en het Duits zijn zeer vergelijkbaar.
  3. informatica (informatica) de codes voor een programmeertaal
    Een overzicht van de ActionScript 2.0-syntaxis.
  4. logica (logica) de regels voor het opstellen van een formele taal
    Syntaxis en semantiek van de extensionele typenlogica.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘leer van rede- en zinsdelen’ voor het eerst aangetroffen in 1584

Vertalingen

Engelssyntax, syntax
Franssyntaxe, syntaxe
Spaanssintaxis
Portugeessintaxe, sintaxe
Japans統語論, 統語法
Poolsskładnia, syntaksa, składnia