systeembouwer

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van systeembouwer?

systeembouwer betekent: (bouwkunde) (beroep) een bouwer van systeembouw

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, beroep (bouwkunde) (beroep) een bouwer van systeembouw
  2. elektronica (elektronica) een bouwer van computersystemen
  3. filosofie (filosofie) een bouwer van filosofische systemen
  4. informatica (informatica) een bouwer van informatiesystemen
  5. wetenschap (wetenschap) een bouwer van wetenschappelijke systemen

Voorbeelden van "systeembouwer" in een zin

  • Van de aanvang af moet het plan worden opgezet in samenwerking met het bedrijf van de systeembouwer, wiens systeem zal worden toegepast.Adolph Hendriks (1957). De prijsvorming in het bouwbedrijf: de structuur van het bouwbedrijf. p.43.
  • Kant en Hegel werden in de 19e eeuw als de grootste systeembouwers van hun tijd.
  • De systeembouwer verzamelt alle veranderingen die de gebruiker heeft aangegeven en verfijnt het prototype.Kenneth C Laudon (2006). Bedrijfsinformatiesystemen. p.541.‎
  • Talcott Parsons: systeembouwer van de sociologie.Mart-Jan de Jong (1997). Grootmeesters van de sociologie. p.143.

Veelgestelde vragen over systeembouwer

Wat is de betekenis van systeembouwer?

systeembouwer betekent: (bouwkunde) (beroep) een bouwer van systeembouw

Hoeveel betekenissen heeft systeembouwer?

systeembouwer heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft systeembouwer?

systeembouwer is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je systeembouwer in een zin?

Voorbeeld: “Van de aanvang af moet het plan worden opgezet in samenwerking met het bedrijf van de systeembouwer, wiens systeem zal worden toegepast.Adolph Hendriks (1957). De prijsvorming in het bouwbedrijf: de structuur van het bouwbedrijf. p.43.