taal

mannelijk/vrouwelijk (de)/tal/

Wat is de betekenis van taal?

taal betekent: (taalkunde) systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan
  2. informatica (informatica) een formeel systeem dat door computers wordt begrepen
  3. (bij uitbreiding) een communicatiesysteem in het algemeen.

Voorbeelden van "taal" in een zin

  • Meneer, welke taal spreekt men in dat land?
  • Onhandige meisjes die worstelen met het groter worden. En maar giechelen. In onze taal is het een van de tederste liedjes die ik ken. Paul van Vliet schetst de meisjes van 13 letterlijk ten voeten uit. {{Aut|Spits, Frits
  • Hij deed het schilderij af als voor de hand liggend, maar volgens mij sprak het doek een andere taal en was de enige persoon die die taal beheerste, overleden.
  • De formele taal van XML Schema, XSD of XML Schema Definitietaal.

Etymologie

:Noord: /: tale, (: tala), /: tala

Uitdrukkingen

  • Een taal onder de knie krijgenZie knie
  • Taal noch tekenGeen enkel levensteken
  • Dat is duidelijke/klare taalDat is raak geformuleerd
  • In alle talen (over iets) zwijgenGeheel niets willen zeggen

Vertalingen

Engelslanguage, tongue
Franslangue
DuitsSprache
Spaansidioma, lenguaje, lengua
Italiaanslingua
Portugeeslinguagem
Russischязык
Japans語, ご, go
Koreaans말, 언어
Turksdil
Poolsjęzyk
Zweedsspråk
Deenssprog