taalonderzoeker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die door het doen van waarneming probeert taal beter te begrijpen
    Rindfleischetikettierungsüberwachungsaufgabenübertragungsgesetz luidt het woord. Het is een aanduiding voor de wet op de delegatie van toezicht op rundvleesetikettering. Het woord gold jarenlang als het langste Duitse woord, aldus de Berlijnse taalonderzoeker Anataol Stefanowitsch.
    Ook taalonderzoeker Vivien Waszink komt het woord steeds vaker tegen in Nederlandse hiphop. Zij doet onderzoek naar het vocabulaire van rappers.