taalvirtuoos

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die op een heel soepele, speelse, kunstige manier de taal kan gebruiken
    "Een groot Nederlands taalvirtuoos heeft helaas zijn dodenrit gemaakt", zegt Ton Velthuysen op zijn beurt, verwijzend naar een van Polzers grootste successen.
    Omdat Cruijff op 25 april 2007 zestig jaar werd, verscheen het een na het andere boek over voetbalmeester en taalvirtuoos Johan Cruijff.
    Taalvirtuoos en voormalig diskjockey Frits Spits kreeg voor zijn carrière van ruim veertig jaar een Gouden Harp.