Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

taas

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofd, kop
    De echte vondst van SuperTrash was trouwens de BN’ers-pet, zoals gedragen door filmster annex romancière Anna Drijver, hier op de voorste rij van de catwalk. We merkten enige ambivalentie inzake het hoofddeksel. Duidelijk is dat wie er geen kreeg, het liefst ter plekke dood wilde. Dat aspect was dus helemaal bingo. Maar dat de naam van de BN’er op de klep staat, doet weer afbreuk aan de veronderstelde bekendheid. Het waren dus vooral de al enigszins uitdovende sterretjes die hem op de taas zetten, dus hier moet duidelijk nog even over worden gebrainstormd.
    Ik zeg het er maar meteen even bij: dit is nepnieuws. Anders hangt barones Karin Ollongren weer aan mijn taas. Maar het zou de op hol geslagen ChristenUnie-bewindsman Paul Blokhuis, die fijne coalitiepartner van barones Karin, sieren als hij daadwerkelijk het suikerfeest gaat aanpakken.
  2. pin, spijker, kopspijker
  3. penis
    Sex and the city, live. Meidenpraat, zo u wilt. Ook weinig politiek corrects aan. Alleen heeft geen van deze 'meiden' het opgeblazen ego om een meneer zomaar ongevraagd aan de taas te trekken, om met Van Kooten en De Bie te spreken.