tabla

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtabla/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) stel van twee trommels die iets verschillen in grootte en klank, zoals veel gebruikt in de muziek uit Zuid-Azië
    Kijk, ik ben opgegroeid met westerse muziekinstrumenten. Als ik nu tabla of harmonium [traditionele hindostaanse muziekinstrumenten (…)] zou gaan spelen, zou ik toneelspelen.
  2. muziek (muziek) (in het bijzonder) de kleinere trommel met een wat hogere toon van het stel van twee trommels zoals veel gebruikt in de muziek uit Zuid-AziëDeze trommel wordt door rechtshandigen met de rechterhand bespeeld.
    De rechtertrommel wordt tabla of 'dayan' genoemd (dit betekend {{sic!|betekent

Etymologie

*via "तबला" (tablā), van طَبْلَة (ṭabla) "trommel"