Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tachtighoek

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meetkunde (meetkunde) meetkundige figuur met tachtig zijden en hoeken
    Op aandringen van Adriaan van Roomen, een wiskundige en tijdgenoot van Ludolph, ging Van Ceulen aan de slag met het berekenen van de zijdes van de regelmatige drie- tot en met tachtighoek op 14 decimalen nauwkeurig.