tafel
Wat is de betekenis van tafel?
tafel betekent: (meubel) een meestal rechthoekig, soms rond meubelstuk met poten, bedoeld om dingen op te zetten of te leggen
Betekenis
- (meubel) een meestal rechthoekig, soms rond meubelstuk met poten, bedoeld om dingen op te zetten of te leggen
- register[1], lijst[1], tabel
- (wiskunde) rekenreeks
- (techniek) plat stuk materiaal, plaat[1], paneel, vlak
- (verouderd), schilderij, in deze betekenis afgeleid van plank, plaat. Vgl. tafereel
Voorbeelden van "tafel" in een zin
- Zullen we de tafel buiten zetten? Dan kunnen we vanavond buiten eten.
- Vader, moeder en de kinderen zitten rond de tafel om een spelletje te spelen
- Oorspronkelijke aanwijzende tafel der grondeigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhouds-grootte, klassering en belastbaar inkomen, volgens het kadaster (Documenttitel in diverse Nederlandse archieven)
- In de lagere school leert men de tafels van vermenigvuldiging
- De objecttafel is het deel van de microscoop waar het preparaat op gelegd wordt. (In deze betekenis anno 2012 nog gangbaar)
Betekenis en uitleg van tafel
Een tafel is een meubelstuk met een vlakke bovenkant dat meestal op poten staat, en waarop je dingen kunt plaatsen, zoals eten, boeken of andere voorwerpen. Het is een centraal element in veel huishoudens, waar mensen samenkomen om te eten, werken of ontspannen.
Het woord 'tafel' wordt vaak gebruikt in verschillende contexten, van de eettafel in de woonkamer tot de bureau- of vergadertafel op kantoor. Tafels zijn niet alleen praktisch, maar kunnen ook een belangrijke sociale functie hebben, waar mensen samenkomen voor gesprekken of activiteiten. Er zijn veel verschillende soorten tafels, zoals salontafels, keukentafels en uitschuifbare tafels, elk met hun eigen specifieke gebruik en stijl.
Voorbeelden
- Tijdens het diner zaten we rondom de grote eettafel, waar het gesprek nooit stilviel.
- Ze legde haar boeken op de tafel in de bibliotheek om zich beter te kunnen concentreren.
- Na het ontbijt ruimde hij de tafel af en zette de borden in de afwasmachine.
Woordoorsprong
Het woord 'tafel' vindt zijn oorsprong in het Latijnse 'tabula', wat 'plank' of 'bord' betekent. Dit geeft aan dat de tafel oorspronkelijk een plat oppervlak was voor het plaatsen van voedsel of andere voorwerpen.
Veelgestelde vragen over tafel
Wat is de betekenis van tafel?
tafel betekent: (meubel) een meestal rechthoekig, soms rond meubelstuk met poten, bedoeld om dingen op te zetten of te leggen
Hoeveel betekenissen heeft tafel?
tafel heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft tafel?
tafel is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je tafel in een zin?
Voorbeeld: “Zullen we de tafel buiten zetten? Dan kunnen we vanavond buiten eten.”
Etymologie
* van Latijn "tabula", in de betekenis van ‘meubelstuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- Aan de groene tafel zitten — In het bestuur zitten
- Aan tafel gaan — De maaltijd beginnen
- als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel — Als de leiding afwezig is, wordt er al gauw onwenselijk gedrag vertoond
- De mogelijkheid/optie ligt op tafel. — De mogelijkheid of optie is er
- De tafel eer aandoen — Zich te goed aan eten
- Iets van tafel vegen — Een gespreksonderwerp afkappen/een voorstel geen doorgang laten vinden
- Ter tafel brengen — een gespreksonderwerp beginnen
- Zijn benen ( of voeten) onder een andermans tafel (moeten) steken — iemand anders voor je levensonderhoud laten betalen