tafelheer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- man die de presentator van een talkshow assisteertIn Studio Voetbal blikken de tafelheren vooruit op Ajax-Tottenham Hotspur.Van Nieuwkerk en zijn vaste vrijdagse tafelheer Marc-Marie Huijbregts ("We zijn bevriend, we gingen altijd samen eten na de uitzending") moesten het samen doen. "We gaan de zolder opruimen", had Huijbregts gezegd.
- buurman van een dame tijdens een maaltijd, man die links van de dame zit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek