tafella

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een la onder het blad van een tafel
    Zodra hij zijn bezoekers gewaar werd, zagen ze hem snel iets in de tafellade wegmoffelen. Hij verwelkomde zijn gasten, ging naar achteren om hun iets voor te zetten. Een van de bezoekers dacht er het zijne van: er zou minstens wel een volle beurs in die tafella liggen.