woorden
boek
Start
›
T
›
tailleur
tailleur
mannelijk (de)
/tɑˈjør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep
(beroep) kleermaker
nauwsluitend damesmantelpak
Etymologie
* van tailleren
Synoniemen
kleermaker
snijder
coupeur
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← tailles
tailleurs →