talg
mannelijk (de)/tɑɫx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fysiologie) huidvet, een vetachtige substantie die geproduceerd wordt door talgklieren die zich vrijwel overal in de lederhuid bevinden waar ook beharing isTalg beschermt de huid en het haar tegen uitdroging en infecties.
- het harde vet van sommige herkauwers, voornamelijk van schapen en runderenVroeger gebruikte men talg onder meer als grondstof voor kaarsen.
Etymologie
*(erfwoord) Dit is een nevenvorm van talk. De verdere etymologie (buiten het Westgermaans) is niet bekend.
Vertalingen
Engelssebum, tallow
Franssébum, suif
DuitsTalg, Talg, Unschlitt
Spaanssebo
Italiaanssebo, sego
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek