talg

mannelijk (de)/tɑɫx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fysiologie (fysiologie) huidvet, een vetachtige substantie die geproduceerd wordt door talgklieren die zich vrijwel overal in de lederhuid bevinden waar ook beharing is
    Talg beschermt de huid en het haar tegen uitdroging en infecties.
  2. het harde vet van sommige herkauwers, voornamelijk van schapen en runderen
    Vroeger gebruikte men talg onder meer als grondstof voor kaarsen.

Etymologie

*(erfwoord) Dit is een nevenvorm van talk. De verdere etymologie (buiten het Westgermaans) is niet bekend.

Vertalingen

Engelssebum, tallow
Franssébum, suif
DuitsTalg, Talg, Unschlitt
Spaanssebo
Italiaanssebo, sego