talon
mannelijk (de)/taˈlɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) rand als versiering met een doorsnee die boven half bol en van onder half hol is
- (muziek) uitstekende deel onderaan een strijkstok
- (economie) bewijs dat recht geeft op een nieuw couponblad wanneer alle coupons die bij een aandeel of obligatie horen zijn gebruikt
- (kaartspel) de verzameling kaarten die na het delen over zijn
Etymologie
*van "talon" "hiel" met de afgeleide betekenis "onderste of laatste deel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek