Tam
/tɑm/
Wat is de betekenis van Tam?
Tam betekent: gewend aan omgang met mensen
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- gewend aan omgang met mensen
- saai, slaapverwekkend
Voorbeelden van "Tam" in een zin
- Zij hadden een tamme kraai.
Etymologie
In de betekenis van ‘niet wild’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Vertalingen
Duitszahm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek