tambour-maître
mannelijk (de)/ˌtɑmburˈmɛːtrə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) lid van een fanfare of harmonie dat met een staf voor het korps uitloopt om zo instructies te gevenHeeft de tambour-maître een paar slidings te veel gemaakt of hebben de showbands van het EK van afgelopen weekend het commando glissando wat al te letterlijk genomen? Feit is dat de grasmat in de Grolsch Veste naar zijn grootje is en er een nieuwe in moet.
Etymologie
*van (verouderd) """
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek