Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tammoez

/ˈtɑmus/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vierde maand van het joodse jaar, in juni-juli, tiende maand bij telling vanaf Rosj Hasjana

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws

Vertalingen

EngelsTammuz