Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tandenschuier

mannelijk (de)/ˈtɑndə(n)ˌsxœyjər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Suriname) borsteltje om het gebit schoon te poetsen
    In de bundel die hing over tante Nolda's schouder waren schoolkleren, huiskleren, jockeys en een paar slippers. Ook een pyjama, baddoek, tandenschuier en doosje zeep, want ik ging om te blijven.