tanen
/ˈtanə(n)/
Wat is de betekenis van tanen?
tanen betekent: (intr) verzwakken, afnemen, slinken, verflauwen, verminderen, aflopen
Betekenis
werkwoord
- (intr) verzwakken, afnemen, slinken, verflauwen, verminderen, aflopen
- (ov), (materiaalkunde) in taan koken om het duurzamer te maken, leerlooien, looien
- (ov) vaalgeel/bruin kleuren
Voorbeelden van "tanen" in een zin
- De roem taant.
Etymologie
* In de betekenis van ‘bruinen’ voor het eerst aangetroffen in 1446
Vertalingen
Engelsabate, decrease, diminish
Spaansamainar, decrecer, disminuir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek