tank
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɛnk/
Wat is de betekenis van tank?
tank betekent: (techniek) een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen
- (militair), (transport) een gepantserd en zwaar bewapend oorlogsvoertuig op rupsbanden
Voorbeelden van "tank" in een zin
- Er zat geen benzine meer in de tank.
- De invoering van de tank doorbrak de stagnatie van de loopgravenoorlog.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vloeistofreservoir’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Vertalingen
Engelscistern, tank, tank
Fransréservoir, citerne, tank
DuitsTank, Kampfpanzer
Spaanscisterna, depósito, tanque
Poolscysterna, tank, zbiornik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek