tank

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɛnk/

Wat is de betekenis van tank?

tank betekent: (techniek) een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen
  2. militair, transport (militair), (transport) een gepantserd en zwaar bewapend oorlogsvoertuig op rupsbanden

Voorbeelden van "tank" in een zin

  • Er zat geen benzine meer in de tank.
  • De invoering van de tank doorbrak de stagnatie van de loopgravenoorlog.

Betekenis en uitleg van tank

Een tank is een zwaar, gepantserd voertuig dat vaak wordt gebruikt in militaire operaties. Het is ontworpen om terrein te doorkruisen en vijandelijke posities te bestormen, waarbij het zijn bemanning en wapens beschermt.

Het woord 'tank' wordt vaak gebruikt in militaire contexten, maar kan ook figuurlijk worden toegepast, bijvoorbeeld om te verwijzen naar iets dat sterk en onoverwinnelijk lijkt. In gesprekken over technologie of defensie kan het ook dienen om de robuustheid van een systeem of apparaat te beschrijven. Het gebruik van het woord roept beelden op van kracht en strategie.

Voorbeelden

  • De soldaten beklommen hun tank en maakten zich klaar voor de volgende missie.
  • Tijdens het spel gebruikte hij de term 'tank' om zijn sterke, onoverwinnelijke karakter te beschrijven.
  • De oude tank in het museum vertelt het verhaal van oorlog en doorzettingsvermogen.

Woordoorsprong

Het woord 'tank' komt van het Engelse 'tank', dat oorspronkelijk een watertank of reservoir betekende. Dit gebruik ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen het voertuig geheim werd gehouden onder de naam 'waterreservoir'.

Veelgestelde vragen over tank

Wat is de betekenis van tank?

tank betekent: (techniek) een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen

Hoeveel betekenissen heeft tank?

tank heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft tank?

tank is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je tank in een zin?

Voorbeeld: “Er zat geen benzine meer in de tank.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vloeistofreservoir’ voor het eerst aangetroffen in 1889

Vertalingen

Engelscistern, tank, tank
Fransréservoir, citerne, tank
DuitsTank, Kampfpanzer
Spaanscisterna, depósito, tanque
Poolscysterna, tank, zbiornik