tantum

onzijdig (het)/ˈtɑntʏm/

Wat is de betekenis van tantum?

tantum betekent: (verouderd) bepaalde hoeveelheid geld

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) bepaalde hoeveelheid geld

Voorbeelden van "tantum" in een zin

  • Uit mededeeling van den getuige bleek dat Pincoffs en Kerdijk voor hun hoofd jaarlijks circa f 30000, plus het tantum van de "winst", op ongeveer f 10000 te schatten, genoten.

Etymologie

*van Latijn "tantum"