tarmac
onzijdig (het)/ˈtɑrmɑk/
Wat is de betekenis van tarmac?
tarmac betekent: (verkeer) benaming voor een soort wegdek, oorspronkelijk bestaand uit een gewalst mengsel van steenslag en teer; toen later in plaats van teer asfalt gebruikelijk werd, werd daarvoor soms dezelfde benaming gebruikt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) benaming voor een soort wegdek, oorspronkelijk bestaand uit een gewalst mengsel van steenslag en teer; toen later in plaats van teer asfalt gebruikelijk werd, werd daarvoor soms dezelfde benaming gebruikt
- (luchtvaart) verharde oppervlak voor vliegtuigen op een vliegveld
- (luchtvaart) (figuurlijk) vliegveld, als plaats waar iets gebeurt
Voorbeelden van "tarmac" in een zin
- Voor u ergens op bezoek gaat, wordt uw reisweg door stads- en gemeentebesturen nauwkeurig bestudeerd. In ijltempo krijgen de wegen en de straten waarover u straks zult rijden een nieuw laagje tarmac.
- Hoe prozaïsch, hoe weinig metafysisch is de grenservaring van de asielzoeker die strandt op Schiphol, die even zijn voeten mag warmen op de drempel van een ander leven, maar al snel op zijn half opgewarmde voeten wandelen gestuurd wordt, het tarmac op, het vliegtuig in.
- ‘Ik zie haar trouwens morgen op het vliegveld wanneer ze naar Brussel komt.’ Merkel kwam inderdaad naar Brussel voor de EVP-top van 16 en 17 juni in Meise. En incognito hebben Verhofstadt en Merkel elkaar op het tarmac ontmoet.
Etymologie
*van "tarmac"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek