tassendrager
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hulpstuk voor een bagagedrager waaraan men een tas kan hangenDe politie zoekt getuigen van de mishandeling die zich maandag 13 september tussen 14.30 en 15.00 uur afspeelde. Een signalement van de jongen is bekendgemaakt. Hij droeg een lichtgrijze joggingbroek met een zwarte capuchontrui. Hij fietste op een zwarte Gazelle herenfiets met een tassendrager achterop de bagagedrager.
- onderdanig hulpje dat alleen maar goed is voor onbenullige takenDie van Ruttes eigen VVD-fractie bijvoorbeeld, die bestaat uit functionarissen en tassendragers, opgeleid door Rutte zelf, zonder al teveel zelfstandig denkvermogen en autonome persoonlijkheid. De laatste zelfdenker in de VVD-fractie was toch de inmiddels vertrokken Klaas Dijkhoff.In het Tweede Kamerdebat over de Voorjaarsnota heeft PVV-leider Wilders in een discussie over de koopkracht VVD-fractievoorzitter Hermans "de tassendrager van de heer Rutte" genoemd. De opmerking leidde tot emotie bij Hermans en verontwaardiging bij andere fractievoorzitters.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek