taxi

mannelijk (de)/tɑk.si/

Wat is de betekenis van taxi?

taxi betekent: (verkeer) een voertuig bestemd om tegen betaling klanten van de ene plaats naar de andere te brengen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een voertuig bestemd om tegen betaling klanten van de ene plaats naar de andere te brengen

Voorbeelden van "taxi" in een zin

  • Ik heb maar een taxi genomen.
  • 'Zullen we voor het laatste stukje een taxi nemen?' vraag ik voorzichtig.
  • 'Ach, als je moeder een taxi wil nemen, dan doen we dat,' zegt Annet, die het sarcasme van Lauren waarschijnlijk is ontgaan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘huurauto met chauffeur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1911

Vertalingen

Engelscab, taxi
Franstaxi
DuitsTaxi
Spaanstaxi