taxichauffeur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die beroepsmatig anderen vervoert in een auto
    De taxichauffeur kwam gelukkig op tijd om nog de vlucht te kunnen halen.
    De eerste die ik sinds lange tijd sprak, afgezien van de weinige afgemeten woorden die ik aan het begin en het einde van de rit had gewisseld met mijn norse taxichauffeur, was een magere, donkere jongen in het nostalgische rode uniform van een piccolo. {{Aut|Pfeiffer, Ilja Leonard

Vertalingen

Engelstaxi-driver, taxidriver
Spaanstaxista