team
onzijdig (het)/tiːm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) een ploeg van bij elkaar horende spelersIn welk team zit jij? Ik zit in de C2.
- een groep samenwerkende mensenOp ons werk vormen wij een echt team.Kremlin-criticus Aleksej Navalny heeft dinsdag nog eens negen jaar cel gekregen. Ondertussen gaan de corruptieonderzoeken van zijn team naar de entourage van Poetin gewoon door. [https://www.nrc.nl/nieuws/2022/03/22/navalny-krijgt-er-negen-jaar-bij-in-absurd-proces-a4103431 www.nrc.nl (22 mrt 2022)]Door de jaren heen ben ik erg effectief geworden om deadlines te halen, maar dat gaat soms ten koste van de sfeer in het team op mijn werk.
Etymologie
*Leenwoord van het Engelse team.
Vertalingen
Engelsteam, team
Franséquipe, team, équipe
DuitsTeam, Team
Spaansequipo, equipo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek