Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tebet
/ΛtebΙt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tiende maand van het joodse jaar, in december-januari (Est. 2:16); vierde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws (gangbare Nederlandse versie)
Vertalingen
EngelsTevet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek