teddybeer

mannelijk (de)/ˈtɛdiˌber/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. speelgoed (speelgoed) zachte pluizige speelgoedbeer
    Zij sliep tot haar twintigste nog altijd met een teddybeer in bed.

Etymologie

*(eponiem), van "teddy bear", door de Amerikaanse bedenker in 1912 genoemd naar de toenmalige Amerikaanse president , omdat die bij het jagen had geweigerd op een berenjong te schieten, in de betekenis van ‘kinderspeelgoed’ voor het eerst aangetroffen in 1914

Vertalingen

DuitsTeddybär