teek

mannelijk/vrouwelijk (de)/tek/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spinachtigen (spinachtigen) achtpotige parasiet uit de orde , verwant aan mijten en spinnen

Etymologie

*van Middelnederlands "teke" / "tedicke" "parasiet", in de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1518

Vertalingen

Engelstick
Franstique
DuitsZecke
Spaansgarrapata
Italiaanszecca